Inbeelding

Verbeeldingskracht als remedie tegen depressie

Tura is een lange slanke man met een zijden sjaal en een bijpassende Indiaas ogende huidskleur (maar eigenlijk is hij half Spaans). Wanneer hij tegen je praat, doet hij dit met volle aandacht, zijn ogen wijd open. Als hij je visitekaartje aanpakt, doet hij dat met twee handen en een kleine buiging. Toen ik hem voor het eerst ontmoette op een koffie-evenement voor freelancers, schreef hij aan zijn eerste boek. Hij zocht nog een uitgever voor zijn ‘Vrij van chronische depressie in 21 dagen‘. Wat een titel. Wat een belofte, dacht ik. Wat beeldt deze man zich wel niet in?

Hij beeldt zich een hoop in, zo blijkt. Want, zo vertelde hij, na 30 jaar depressie was hij in korte tijd genezen zonder medicatie, zonder psychotherapie door gebruik te maken van zijn verbeeldingskracht. Hij baseert zijn zelfhulpboek op deze persoonlijke ervaring, wetenschappelijke literatuur en drie case study’s uit zijn eigen praktijk. Hij vertelt dat wanneer mensen van hun depressie af proberen te komen zij zich er vooral ‘uit proberen te denken’. Ze vechten tegen negatieve gedachten door er nog meer gedachten tegenaan te gooien en deze gedachten behelsen niet zelden de afkeuring van hun eigen gedachten.

In zijn boek staat hoe taal een rol speelt. Dat het behulpzaam is om te denken wat je wél wilt in plaats van wat niet, bijvoorbeeld: ‘ik wil meer rust en ruimte ervaren’ versus ‘ik wil me niet meer de hele tijd onrustig voelen’. Maar meer nog dan in de kracht van taal gelooft Tura in de kracht van innerlijke beelden. Beelden hebben een sneller effect dan woorden en hier kun je volgens hem gebruik van maken. Door een symbool te kiezen voor je depressie, kun je je inbeelden hiervan weg te lopen. Een zogenaamd ‘reddend beeld’ komt hiervoor in de plaats, het liefst sterk bekrachtigd met andere zintuigelijke imaginaties (geluid, smaak, reuk etc.). Het boek is erop gericht om de depressieve neigingen sneller te herkennen en het reddende beeld sterker te maken. Zeer kort samengevat.

Hij vertelde me deze week dat de reacties op zijn boek nogal verdeeld zijn: van laaiend enthousiasme tot totale verguizing. Dit zal niet in de laatste plaats te maken hebben met de prikkelende stelling die hij inneemt ten opzichte van psychotherapie: dat het niet effectief is, dat graven in het verleden niet helpt. Ook is hij van mening dat het goed is om afstand te doen van de ‘slachtofferrol’ en van het idee dat depressie iets heel moeilijks is waar zelfs slimme wetenschappers het fijne niet van weten. Dit idee roept bij de patiënt namelijk de verkeerde vragen op zoals: wat is de oorzaak? Wat is het dan precies? Wat hoort erbij en wat niet? Volgens Tura hebben deze vragen weinig zin en kun je beter meteen ‘vertrekken naar betere oorden’.

Het is inderdaad gewaagd wat hij stelt. Kan het zo simpel zijn? Vast niet, denkt mijn kritisch brein. Dat zou betekenen dat veel hulpverleners niet echt aan het helpen zijn. Dat zou het vertrouwen in de geestelijke gezondheidszorg wel erg schaden. Het feit is echter dat, om verschillende redenen, de huidige behandelingen tekort schieten. Het is opmerkelijk dat er zo veel medicatie voor depressie en ADHD wordt uitgeschreven, zonder dat echt helder is wat deze medicatie precies doet. Maar ja, als psychische problemen in een nevel gehuld blijven van ‘zeer ingewikkeld’, dan verzand je al gauw in het accepteren van halve maatregelen. ‘We weten nog niet genoeg over het brein maar we schrijven wel medicatie uit.’ In hoeverre is dat kwakzalverij, vraag ik me wel eens af.

Het zou een beetje makkelijk zijn om te roepen dat de wereld nog niet klaar is voor Tura’s kijk op depressie. Ik zou het ook niet zo opgeschreven hebben als hij. Maar uit de reacties die hij krijgt, wordt wel duidelijk in welk spanningsveld hij zich bevindt. De taal die Tura spreekt botst hier en daar frontaal met de taal van wetenschappers en eindredacteuren die hij tegenkomt op zijn pad. Hij maakt de psychologische mechanismen die aan depressie ten grondslag liggen übersimpel. Dit doet hij bewust, en benoemt dit ook in zijn boek, omdat een complexe voorstelling van wat depressie is een patiënt niet helpt en verder doet afdwalen naar de eerder genoemde verkeerde vragen naar ‘het waarom’.

Dit vind ik interessant. Ik denk wel eens dat depressieve klachten voortkomen uit het menselijk vermogen om dingen complex te maken. En uit het ‘niet-doen-maar-denken’. Dat terwijl het bevrijdend kan zijn om actie te ondernemen, met de levensstroom mee te bewegen in plaats van te analyseren. Deze analytische denkkracht is een behoefte aan houvast en zekerheid. Een vorm van controledwang die verlammend kan werken. Toch is onze samenleving erg op controle gericht. En onze media blijkbaar. Het is in elk geval moeilijk voor Tura om een podium te krijgen bij de meer traditionele tijdschriften en uitgeverijen. Een van de redacteuren van een opinieblad zei hem dat hij een kwakzalver is en voegde er vervolgens aan toe dat hij zich zijn depressie heeft ingebeeld. De ironie! Is een depressie dan iets anders dan een inbeelding, een voorstelling van de werkelijkheid? Is het überhaupt zinvol om onderscheid te maken tussen een ingebeelde depressie en een ‘echte’? Kortom, een ander, een specialist, bepaalt wel of jij een depressie hebt of niet. En anders beeld je je het in.

Tura’s reactie op deze redacteur:

‘Wat beeld jij je in? …en werkt het voor je?’