Straling? Maakt u zich maar geen zorgen

In Volkskrant Magazine stond een interviewserie met activisten die hun baan gedeeltelijk of helemaal hadden stilgelegd om strijd te kunnen voeren. Hun verhalen klonken geloofwaardig en hun acties waren tamelijk succesvol. Sommige verhalen waren makkelijk invoelbaar: een natuurgebied dat dreigde te verdwijnen door de bouwdrift van de provincie. Andere waren controversieel: een strijd tegen zendmasten van mobiele netwerken. De activiste in kwestie vertelde dat zij steken in haar hoofd krijgt van de straling. Ook stelde ze dat talloze onderzoeken hebben aangetoond dat de straling schadelijk is voor mens en dier.

Hier greep de Volkskrant in. Een noot van redactie. Er moest toch even vermeld worden dat er volgens het RIVM er geen wetenschappelijk bewijs is voor schade bij straling, zolang de straling onder de Nederlandse norm blijft. De effecten die wél aangetoond zijn, betroffen studies met dieren en losse cellen. Aldus het RIVM. Een geruststellende gedachte. Gelukkig komen in Nederland geen dieren voor. Noch huisdieren, noch dieren of insecten die een rol spelen in onze voedselvoorziening of het behoud van de natuur. Ook onze lichaamscellen spelen geen rol bij onze gezondheid. Kortom: dat zit wel goed met die straling.

Wij mensen zijn sociale dieren. Hierdoor zijn we meestal geneigd om afwijkende meningen te wantrouwen. Het moment in de evolutie waarop we afwijkende meningen wilden onderdrukken, viel in dezelfde periode als de uitvinding van de houten knuppel. Misschien gebruiken we nu minder fysiek geweld, toch hebben we allerlei psychologische systemen waarmee we ongewenste, of te complexe informatie op afstand houden. Voor het beoordelen van nieuwe informatie maken we gebruik van ‘shortcuts’. Zeker in onze tijd, waarin we overspoeld worden met informatie. Als iemand alleen lijkt te staan in zijn visie, is dit voor ons als sociale dieren een teken dat we het minder serieus hoeven te nemen.

Toen ik 7 jaar was, had mijn moeder last van allerlei vage klachten. Vermoeidheid, hoofdpijn, duizeligheid. Ze had sterk het gevoel ‘dat er iets goed mis was’. Nadat de huisarts zijn onderzoek had uitgevoerd en niets kon vinden, gaf jij de volgende ‘diagnose’. Mijn moeder, een bezige bij met 4 kinderen en een weinig behulpzame man, had last van overspannenheid. Ze zou eens rust moeten houden. Mijn moeder hield geen rust; ze had vier kinderen. Bovendien lag het niet aan overspannenheid, volgens haar. Een koppige vrouw.

De klachten van mijn moeder verergerden. Niet werden alleen de bestaande klachten heviger, ook kon ze ineens flauwvallen. Ze heeft me nooit verteld waarom, maar telkens wanneer ze zich beroerd begon te voelen, ging ze naar het toilet om alleen te zijn. Ik denk dat ze zich schaamde. Of ze wilde niet voor gek verklaard worden. Nadat ze voor de zoveelste keer op de WC was flauwgevallen, besloot mijn vader haar naar het ziekenhuis te brengen. Het bleek dat ze een tumor had in het vierde ventrikel van haar hersenen, een zeer gevaarlijke plek vlakbij haar hersenstam. Het scheelde niet veel of ik had op mijn 7e geen moeder meer gehad.

Wat zou er met mijn moeder gebeurd zijn als dit in de Victoriaanse tijd was gebeurd? Ze zou verplicht rust hebben moeten houden op een bed, waarschijnlijk. De pijn zou steeds ondraaglijker geworden zijn. Misschien zo ondraaglijk dat ze er een eind aan zou hebben gemaakt. De huisarts had er een verhaal van moeten maken, al wist hij het ook niet. Misschien had hij net een boek van Freud gelezen. Een zenuwziekte? Hysterie? En ik? Het beeld van mijn moeder zou ingekleurd zijn door haar lijden, en de diagnose dat ze gek was geworden. De arts had het immers gezegd.

Het feit is echter: dit gebeurde niet in de Victoriaanse tijd. Het was eind jaren ‘80 van de vorige eeuw. Een tijd waarin hersenscans volop beschikbaar waren en gespecialiseerde chirurgen levens konden redden met hersenoperaties. Toch duurde het lang voordat mijn moeder geholpen werd. Zo lang dat het haar bijna fataal was geworden. Waarom ging ze er niet tegenin? Was de autoriteit van de huisarts zo groot dat mijn moeder zichzelf liever opsloot in de WC? En mijn vader? En de vrienden van mijn ouders? Wat hebben zij tegen mijn moeder gezegd? Geloofden zij allemaal wat de huisarts zei, omdat hij nu eenmaal arts was?

We leven in een leugenachtige tijd, waarin grote bedrijven almachtig zijn. Er zijn voorbeelden te over. Decennialang heeft de tabaksindustrie het onderzoek naar de schadelijke gevolgen van roken gedwarsboomd en verdraaid. De banken hebben met ons geld lopen gokken. De kledingindustrie, de voedselindustrie, of misschien wel alles waar industrie achter staat sjoemelt met normen en onze gezondheid. Het draait maar om één ding: geld, geld en nog meer geld. Ik heb me verbaasd over het ingrijpen van de Volkskrant. Elk interview was vanuit het perspectief van de geïnterviewde opgeschreven, behalve deze. Dank je wel Volkskrant, voor het letterlijk overnemen van één uitspraak van het RIVM. Het zal vast wel meevallen met die straling, denkt de haastige lezer. En nu maar over op de orde van de dag.

Scrabblewoorden met een y

(en hun eventuele toepassing)

Als je als yogi veel aan yoga doet, komen dan je yin en yang in balans? Reken maar van yes! Het kost wel enige zloty, zo’n yogales, maar een yup is een type dat graag in de buidel tast voor een aantrekkelijke hype of mythe. Je voelt je fysiek gewoon meer okay als je een keer in de zoveel tijd je body in de houding van een baby of een embryo wringt.

Laatst las ik een essay van een omhoog gevallen homo, zo’n dandy, met een husky die meer weg had van een hyena. Hij hield niet van gym, en zeker niet van jonge moeders met buggy’s. Een hymne op oosterse wijsheden was aan hem niet besteed. Hij zat liever aan de ecstasy.

Berivan (40)

Voor de Jan Eef Buurtkrant (eerste editie komt in september 2014) neem ik spontane interviews af op straat in de stijl van ‘Humans of New York’.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA“Je mag me interviewen, maar niet te lang want ik moet straks mijn kinderen van school halen. Heb jij kinderen?”
“Nee.”
“Oh vandaar dat je nog een gezicht zonder zorgen hebt.”
“Hoe lang woon je hier al?”
“Ik kom uit Irak en ben in 2006 samen met mijn man in deze buurt komen wonen.
“Wat vind je het leukste van deze buurt?”
“Zoveel verschillende mensen. En nu kan ik steeds beter met iedereen praten. In het begin sprak in bijna geen Nederlands: Ja. Nee. Dank u. Sorry. Nu heb ik een taalcoach via de Gemeente en leer ik steeds meer woorden bij.”
“Wat is het moeilijkste Nederlandse woord dat je kent?”
“Gecondoleerd.”