Blog

Draadstaal op de Dam

Foto: Atelier Van Lieshout

‘Op 5 mei vieren we de vrijheid’, de tekst van het TV-spotje van jaren geleden staat me nog altijd bij . Er werd ingezoomd op een schildersdoek die het symbool van de vrijheid schilderde: een duif uiteraard. Destijds leefde het thema voor mij amper. Anno nu zullen er maar weinig jongeren zijn die voelbare affiniteit hebben met onze Nederlandse oorlogsveteranen. Het ritueel op de Dam blijft toch een beetje hun feestje.

Het Orakel op de Dam

Kunstenaar Joep van Lieshout komt dit jaar met een bijzonder werk op Bevrijdingsdag. Een 3,5 meter hoog draadstalen hoofd dat kan spreken met behulp van sms-berichten van toeschouwers. Het ‘afgodsbeeld’, zoals hij het zelf noemt, spreekt ongecensureerd.

Van Lieshout: ‘ Stel dat mensen alleen bagger sturen, dan zet de Nederlander zichzelf wel in zijn onderboek.’ (Citaat Volkskrant, di 29 april)

Mocht het uit de hand lopen, kan burgermeester Van der Laan ingrijpen, als handhaver van de openbare orde. Ook kunnen er maar 3 berichten a 160 karakter per telefoonnummer worden verstuurd.

Spannend, want dat betekent dat werkelijk alles kan worden geroepen, van mooie vrijheidsleuzen tot misschien wel hatelijke racistische uitspraken. Het is een mooie steekproef die kan weergeven hoe we in Nederland met het vrije woord omgaan. Maakt niemand er gebruik van of staat de lijn roodgloeiend? Wordt het een dialoog (dat zou prachtig zijn) of weerspiegelt het de vrijblijvendheid van ‘ieder voor zich’?

Project P

Vanavond wordt de eerste aflevering van Project P: Stop het pesten uitgezonden, waarin pestende jongeren met behulp van verborgen camera’s worden geconfronteerd met hun gedrag. Wetenschappers hebben er nu al een afkeurende mening over zonder één aflevering te hebben gezien.

Reality TV is vaak een mikpunt van spot. Het zogenaamde ‘teren op andermans problemen’ is vooral iets verachtelijks heb ik me laten vertellen. Sociale wetenschappers willen alles waar een beeldscherm aan te pas komt maar al te graag verguizen en nu zijn de pijlen gericht op Project P.

In een artikel in de Volkskrant van vanmorgen zijn een mediasocioloog en een sociaal wetenschapper aan het woord. Zonder dat er één aflevering op de buis is geweest, is het programma al afgeschreven. Wetenschapper 1 beweert dat media-aandacht slachtofferschap in de hand werkt en alleen extreme gevallen in beeld brengt. Hierdoor zouden de milde pesters zich er niet in herkennen. Ook zouden TV-omroepen dit als een veilige manier aangrijpen om hun maatschappelijke betrokkenheid te tonen. Over het veilige kun je discussiëren: diverse scholen hebben het programma al aangeklaagd om privacyredenen. TV-omroepen die hun maatschappelijke betrokkenheid tonen, hoe durven ze?

Het argument van wetenschapper 2: er zou een wildgroei zijn aan pestprogramma’s (Dag tegen pesten, Over de streep, Gepest). Omdat de media altijd kapstokken zoekt, is een trending thema als pesten handig om alles onder te scharen. Zo zouden een aantal suïcidegevallen onder jongeren op mediagenieke wijze aan pesten zijn toegeschreven, en onterecht. Wat de werkelijke oorzaak is van de zelfmoorden, blijft volgens wetenschapper 2 onderbelicht. Dat journalisten hun werk oppervlakkig doen en dingen door de media worden uitvergroot, is niets nieuws. Maar hoezo is dit een argument tegen Project P? Het programma gaat toch juist wél over pesten?

Over de streep was een goed programma. Het richtte zich op het wederzijds begrip dat kan ontstaan wanneer je elkaar beter leert kennen. Het programa geeft de hoop dat er vaste sociale structuren kunnen worden doorbroken. Kwetsbaarheid tonen is moeilijk als je positie binnen een groep niet zeker is. We blijven als sociale dieren sterk afhankelijk van wat anderen van ons denken en in de puberteit hebben we nog geen olifantenhuid. Misschien waren de zelfmoorden inderdaad niet direct te koppelen aan pestgedrag, maar het geeft wel een signaal. Enkel een gevoel van sociale isolatie kan voor een puber voldoende zijn om zich tegen het leven te keren.

Of Project P een goed programma wordt, weet ik niet. RTL 5 wil misschien te zwart-wit daders en slachtoffers bestempelen, gezien het aantal crime-programma’s op deze zender. Naar mijn mening willen de wetenschappers hun beroep gewoon niet uit handen geven aan therapeutische presentatoren. De wetenschappers zouden er goed aan doen om niet te snel te oordelen, over ‘de anderen’.

 

Pop-upstore geopend in niet-leegstaand pand*

*Dit artikel kan sporen van satire bevatten

In Amsterdam is een tweespalt ontstaan tussen een ZZP’er uit de creatieve sector en een eigenaar van een kebabzaak. De ZZP’er opende een pop-upstore in de kebabzaak terwijl deze nog werd uitgebaat door de eigenaar.

In een maand tijd zag Ahmed Ben Said zijn zaak verworden tot een broedplek voor creatieve ondernemers. “Het begon met een man met een afgezakte broek en een kartonnen koffiebeker. Nu zijn al mijn tafeltjes de hele dag bezaaid met laptops. Er komen steeds er meer bij. De een knipt baarden en de ander schenkt espresso. Ondertussen maken ze foto’s van elkaar.”

Social property sharing is een nieuw concept waarbij creatief ondernemerschap meer kans krijgt. Volgens initiatiefnemer Emile van Zolen heeft het spontane delen alleen maar voordelen en moeten we anders gaan denken over eigendom. “In mijn concept store City Blend onderzoek ik het spanningsveld tussen fysieke ruimte en functie. Hierbij zoek ik zo veel mogelijk de ruimte binnen de ruimte op. Een ruimte die is gevrijwaard van verouderde eigendomsconcepten heeft een enorme creatieve schepppingskracht. Met een 3D-printer ga ik deze innovatieve concepten verder uitwerken en visualiseren.”

Ben Said is vooralsnog niet te spreken over de ontwikkelingen in zijn zaak. Hij beweert dat het hem geen extra klanten oplevert. De eigenaar pleit voor een landelijk pop-up meldpunt en moedigt andere gedupeerde ondernemers aan hun verhaal naar buiten te brengen. Ondanks deze weerstand blijft Van Zolens positiviteit onaantastbaar. “Het is jammer dat Ahmed blijft hangen in oude ideeën. Ons concept draagt juist bij aan het verkleinen van zijn ecologische footprint en is een voorbeeld binnen de global village. De duizenden volgers en fans op social media bewijzen het: de macht ligt niet meer bij de gevestigde orde. Nu is het de tijd om dromen waar te maken.”

Bomberléo in kwartfinale Grote Prijs van Nederland

Gisteravond werd ik getrakteerd op een live oefensessie van Leonie Klooster, also known as Bomberléo. Zij bereidt zich voor op de kwartfinale van De Grote Prijs van Nederland op 30 augustus in het Pakhuis Wilhelmina in Amsterdam.

Voor MusicFromNL schreef ik een artikel over Bomberléo: Lees hier mijn artikel.

Recensie- Let the right one in

Een recensie van niet eens erg vervelende film over een vampier

Jarenlang was het enige waar we Zweden mee konden associëren de Ikea en artistieke films voor een klein publiek, maar sinds aantal jaar worden we volhardend doodgegooid met thrillers uit het noorden. Let the right one in is weliswaar uit een ander genre (de vampierfilm), maar weet handig gebruik te maken van dezelfde sneeuwdecors en Scandinavische sociale isolatie voor een gruwelijke sfeer.

Ze doen het altijd goed: trage, verlaten winterdorpen waar moordenaars onopgemerkt bloedsporen kunnen trekken op smetteloze dekens wit fluweel. Het prototype Zweed houdt commotie liever binnensmuren en belt zelden de politie, vaak zelf nog in het bezit van een paar skeletten in de kast van een of ander familieconflict. Het gevolg: stroperig en inefficiënt bewegende ten dode opgeschrevenen zich door gevaarlijke decors bewegen. De basis voor 2 uur spanning is gelegd.

Let the right one in opent met dwarrelende sneeuwvlokken in het licht van straatlantaarns op een kinderspeelplaats. De 12-jarige Oskar (wat kun je die naam heerlijk uitspreken in het Zweeds, met zo’n rollende r aan het einde) ziet zijn nieuwe buurmeisje Eli aankomen. Haar slaapkamerraam wordt direct afgeplakt met karton. Oskar wordt gepest op school door een groepje jongens waar hij geen weerstand tegen kan bieden. Hij spaart krantenknipsels van moorden, waaruit we opmaken dat hij een obsessie voor gewelddadige wraak aan het ontwikkelen is. Buurmeisje Eli is een vampier en zal vanwege haar bloeddorst en gedwongen nachtleven nooit intiem kunnen zijn met een mens. In hun sociale afzondering vinden Oskar en Eli elkaar.

In Let the right one in wordt charmant geacteerd: Oskar heeft zonderlinge lichaamshouding die hij helaas niet consequent de hele film volhoudt, maar die zijn personage een interessante twist geeft. Je kijkt niet naar een kind, maar naar een volwassene in wording, met eigen obsessies en lak aan zijn ouders. Ook vampier Eli is goed gecast als vampier met haar toch wel wereldvreemde gezicht.

Het jammere van vampierfilms is: je weet ongeveer wel een beetje wat de ingrediënten en afwikkelingen zijn. Ook deze film maakt gebruik van het erotiserende/romantiserende element van het vampierlidmaatschap. Maar Let the right one in gaat over twee kinderen en dat maakt de romantiek bijzonder. De film blijft heel trouw aan de kinderlijke beleving. De scenes waarin Oskar en Eli voorzichtig lichamelijke toenadering zoeken zijn lief en tegelijk tragisch. Deze film heeft van de horrorconventies zeker iets origineels weten te maken. Er wordt spaarzaam omgegaan met bloederige scenes, waardoor het geheel spannend blijft. Ook de sfeer is uitstekend neergezet, met mooie geluidseffecten.

Nu is het tijd om even te spieken bij de andere recensenten. De Volkskrant geeft de vampierfilm 5 sterren van de 5, de Tomatometer op het Amerikaanse filmblog Rotten tomatoes geeft 98% aan. Zelf ben ik geen liefhebber van horror, dus bekruipt bij mij een zelftwijfel bij deze lovende kritiek. Want ondanks dat ik het ‘als horrorfilm’ origineel vind, komt Let the right one in er bij mij niet in (de DVD-collectie welteverstaan) en blijft hij ergens steken tussen een 3 en een 4 op de 5-puntsschaal.

Je weet niet wat je vraagt

Over een zinloze enquête…

Geef om de Jan Eef was het eerste Amsterdamse bewonersinitiatief voor de verbetering van een ‘wat mindere buurt’. Samen met een handvol anderen doe ik redactie- en schrijfwerk voor de website en Facebookpagina. Vorige week stuurde een studente aan de VU mij een e-mail. Voor haar masterthese deed ze onderzoek naar het effect van Amsterdamse bewonersinitiatieven. Aan mij de vraag of we haar ‘poll’ (=vragenlijst) wilden plaatsen op onze ruim 4000 volgers tellende Facebookpagina: “It would be so awesome if you could help me out.” Of course we are awesome, we zijn immers de slechtste not. Oh ja, het was wel in het Engels (ze was Amerikaanse, maar van Braziliaanse afkomst) dus ze vroeg of het misschien beter vertaald kon worden. Ik reageerde enthousiast op haar mail, en raadde haar aan om inderdaad een Nederlandse vertaling te maken.

Ooit was ik zelf student aan de VU en deed ik ook onderzoek. Het is voor mij haast onmogelijk om niet met een kritische blik naar vragenlijsten te kijken en ik erger me aan nagenoeg alles wat ik langs zie komen. Dit keer had ik dubbel prijs, want aan de taal schortte het ook. De vertaling bleek een resultaat te zijn van een vertaalmachine of misschien van een behulpzame Amerikaan wiens Dutch roots in de loop der jaren sterk verdroogd waren: (Amerikanen pronken graag met hun Europese bet-betovergrootvaderen) Nederlands was het in elk geval niet te noemen. De studente gaf toe zelf ook geen idee te hebben wat er stond. Om het bont te maken, was de naam van ons initiatief verkeerd gespeld, en nog bonter: inconsequent verkeerd gespeld. In de 10 vragen tellende enquête, stonden items geformuleerd als:

Voelt u je veiliger sinds ‘Geef op Jan Eef’?

  • Geen verschil
  • Een beetje 
  • Ja heel erg

Merk op dat ‘minder veilig’ hier blijkbaar geen optie is, ondanks dat men zich tal van andere factoren kan voorstellen die van invloed zijn op iemand gevoel van veiligheid. Toch, we kunnen ons als initiatiefnemers gevleid voelen om deze geïnsinueerde almacht, dus de studente krijgt hier krediet voor het strelen van ons ego. We vullen ‘ja heel erg’ in, want gewoon ‘ja’ kan blijkbaar niet en ‘een beetje’ is een beetje te weinig.

Voelt u je meer geïntegreerd?
Nadat ik mijn gewenste aanspreekvorm heb gekozen, ga ik bij mezelf te rade: voel IK mij geïntegreerd? Wat zou ze hier bedoelen? Voelt mijn stoffelijk lichaam als een goed samenwerkende biochemische eenheid? Kom op, zet er op zijn minst ‘in de buurt’ bij. Overigens, ik heb het Nederlandse gebruik van het woord integratie altijd al merkwaardig gevonden. Het impliceert de aanwezigheid van een externe partij, zelden gedefinieerd, waar je als individu in wordt opgenomen, maar dan op zo’n manier dat je er volledig mee samenvloeit. Want dat is wat integratie betekent. Autochtonen mogen kritiek hebben op koppige allochtonen, maar ergens volledig in opgaan leidt onherroepelijk tot typische autochtonenproblemen. Binnen de kortste keren zit je als geïntegreerde bij een psycholoog om ‘naar jezelf op zoek te gaan’, of schrijf je liedteksten als ‘ik ben mezelf niet of al die jaren nooit geweest’.

In de tijd dat ik mijn bloed aan het rondpompen was om al deze ergernissen, had ik ook het onderzoek van de studente tot eenzame hoogtes kunnen brengen. Want wat doe je hier als tekstschrijver/onderzoeker mee? Al zou de taal kloppen, dan kan ik nog wel een paar uur weiden aan de gebruikte methodiek. Dat moest ik maar niet doen. Toch besluit ik even een mailtje terug te sturen. Een beetje kort schreef ik dat het belangrijk is dat een enquête correct is gespeld, je wil immers niet dat je respondenten meteen weg klikken: zonde van je tijd en van je very compelling research. In haar verdediging zei het meisje dat de vragenlijst al vertaald was door een native Dutch speaker (daar hebben we de uitgedroogde Hollandse wortels van ome John) en dat ze amper tijd heeft en dat als het nu NOG niet goed is, ze niet weet wat te doen. Ik heb gezegd dat ik het uiterst moeilijk vind om dat zo 1-2-3 te bedenken, maar dat ik er het volste vertrouwen in heb dat ze met een oplossing zou kunnen komen voor deze kwestie….”als universitair masterstudent”, wilde de sarcastische versie van mij er aan toevoegen.

Uiteindelijk heeft de studente zonder haar miraculeuze oplossing te onthullen de vragen in goed Nederlands opgestuurd. Het onderzoek leidt helaas tot hopeloos onbruikbare resultaten, maar gelukkig heb ik wel weer een leuke aanleiding om mijn hart te luchten.