Opeens gaat het slechter met Het Parool

Je begrijpt dat de titel van dit blog is gekozen om je aandacht te trekken, maar ik kon het niet laten om stellig te zijn over een onderwerp dat mij nauw aan het hart ligt: duurzaamheid, en de leugens daaromtrent. Misschien kent u de gevleugelde uitspraak: “there are lies, damn lies and statistics”. Ofwel: statistieken kunnen nog onwaarachtiger zijn dan de grootste, foutste leugens. Het is opvallend hoe statistieken in nieuwsartikelen de werkelijkheid zo kunnen inkaderen dat de lezer een positief of negatief eindoordeel geeft over een situatie. Dit effect wordt nog eens versterkt wanneer er onvoldoende uitleg in de begeleidende tekst wordt gegeven.

Krantenkoppen kaderen de werkelijkheid in, en kunnen daarmee behoorlijk verneukeratief zijn. Gisteren las ik een voorpagina-artikel van Het Parool met de kop: “Opeens gaat het beter met het milieu.” Wauw, denk ik. Het gaat beter met het milieu. Zijn er in grote getale bomen hersteld in het regenwoud? Diersoorten opgestaan uit hun uitstervingsdood? Of is er weer ijs aangegroeid op de Noordpool? Neen, niets van dat soort. Er is sprake van ‘vooruitgang’, omdat de stijging van CO2-uitstoot tot stilstand is gebracht. Hmm. OK, maar misschien moeten we niet voorbijgaan aan het feit dat er nog steeds een toename is van de CO2 in de atmosfeer, aangezien er nog steeds op dagelijkse basis enorm veel CO2 wordt uitgestoten. Een hoeveelheid die, kijkend naar de grafiek van China, sinds 1990 vervierdubbeld is. Het is bovendien een hoeveelheid die – als er geen daling van de CO2-uitstoot komt – voor het leven op aarde desastreuze gevolgen gaat hebben. Wat de prognose is van dit uitstootniveau als deze stijging blijft stilstaan, wordt in dit artikel niet verteld. Ik zou dat best wel willen weten, van bijvoorbeeld een deskundige. Ik meen dat er vroeger een verwijzing onderaan een voorpagina-artikel stond naar de rest van het artikel.

Gelukkig volgde wel een beetje uitleg. Gelukkig, omdat Het Parool dat namelijk ook wel eens achterwege laat en een totaal eenzijdig verhaal vertelt met alleen maar cijfers in chocoladeletters, zoals dit artikel over toerisme in Amsterdam. (De chocoladeletters zijn verdwenen in de online versie). De uitleg van het CO2-artikel vertelt onder meer dat andere gassen (methaan, lachgas en F-gassen) belangrijke veroorzakers zijn van het broeikaseffect en dat er niet alleen naar CO2 moet worden gekeken. Een andere nuancering van de krantenkop is dat er nog geen sprake lijkt van een economische transitie. Hiermee wordt bedoeld dat winstbejag nog steeds een leidende rol speelt in de keuze voor energiebronnen, materialen en productiewijzen. De kleinere economieën zoals India en Indonesië lieten wel een stijging van CO2 zien. Als ik het even mag vertalen: zodra er goedkoop kolen uit de grond kunnen worden gehaald in een derdewereldland met een zwak sociaal systeem kan de CO2-uitstoot zo weer stijgen.

Nu vraag ik: doet de kop boven dit artikel de waarheid recht aan? Gaat het ‘opeens beter’ met het milieu? Is een niet-verdere-verslechtering opeens een verbetering? Of nee, eigenlijk moet ik het zo formuleren: Is een stilstand in toename van de verslechtering een reden om in een kop het woord beter te gebruiken, met hierboven een chapeau waarin het woord vooruitgang staat?

Het buigen van de werkelijkheid met behulp van statistieken irriteert me steeds meer. Niettemin omdat het gevaarlijk is. De mensen die dit artikel lezen gaan naar de stembussen. Ze maken elke dag de keuze welk vervoermiddel ze gebruiken. Ze maken de keuze om wel of geen vlees te eten. Ze kiezen welke producten ze kopen en van welke bedrijven. Als zij niet degelijk geïnformeerd worden, maakt de zogenaamde transitie nog minder kans. Maar het ergste zijn nog de grote bedrijven, de krachten achter de alom geprezen economische groei. Zij weten als geen ander deze getallen naar hun hand te zetten. Immers, als een landelijk dagblad schrijft dat het beter gaat met het milieu, wordt het maar eens tijd om al die strenge milieuregeltjes wat verder af te zwakken. Post het artikel op je bedrijfspagina op Facebook (mensen lezen toch alleen de koppen), brei er een mooi verhaal omheen en je bent klaar. Bedankt voor deze kop, Parool. 

Het is nu de tweede keer dat ik zwaar teleurgesteld ben in een voorpagina-artikel van Het Parool. Eerst het artikel over het toerisme, waarin op eenzijdige wijze getallen worden gepresenteerd over hoe goed het toerisme zou zijn voor de stad. Nu het artikel van gisteren met deze bedrieglijke kop. Aangezien de verbetering van deze krant tot stilstand lijkt te zijn gekomen, of eigenlijk, ver achter de horizon ligt, ergens in een universum hier ver ver vandaan waar het nieuws integer en waarachtig wordt weergegeven, kan ik niet anders constateren dan dat het ‘opeens’ een stuk slechter gaat met Het Parool. 

 

Borstvoedingswangetjes

Bij een lactatiekundige had ik mij een kloeke vrouw voorgesteld. Lange grijze haren, een belijving van alle wijsheden der oervrouwen, samengekomen in één persona. Een wijde jurk zou ze dragen en je zou je afvragen of ze – ondanks haar leeftijd – nog steeds in staat was om de borst te geven. Tegenover me zat een magere mid-dertiger in een jeans en een strak T-shirt met een tekst op in de loze trant van ‘Vintage demin jeanswear San Franscisco since 1979’.

Vóór de geboorte van mijn dochter had ik niet verwacht dat borstvoeding geven een opgave zou kunnen zijn. Het dunkte mij dat borstvoeding geven een kwestie was van je kind aanleggen. De baby weet precies wat het moet doen. Jouw lichaam weet precies wat het moet doen. Het is zo oud als de mensheid. Zoiets. Maar nu zat ik ineens tegenover een lactatiedeskundige.

Ik besefte dat ik nooit van iemand had meegekregen hoe dat werkt. Ik vroeg mijn moeder hoe het zat. Met die melk. Blijkbaar werd in de tijd dat ik geboren ben geadviseerd om flesvoeding te geven. Daar zit namelijk alles in. Na 6 weken kreeg ik geen borstvoeding meer, want ‘er was niet meer’. Met mijn oudere broers en zus had mijn moeder het bovendien erg druk. Al snel kreeg ik papflessen en fruithapjes, iets wat nu wordt afgeraden tot het kind 4 maanden is.

De lactatiedeskundige zei dat er niet zoiets bestaat als ‘er is niet meer’. Dat is een fabeltje. En wat ze mijn oma vroeger wijs maakten, namelijk dat er ‘te weinig voedingsstoffen in de melk zitten’ is ook onzin. Zolang je maar blijft aanleggen en niet naar de Nutrilon grijpt zal je productie op peil blijven en het witte goud blijven vloeien tot in den eeuwigheid. Dus ik volgde de adviezen op. Veel huid-op-huid-contact, veel aanleggen en áls ik de fles gaf daarnaast ook kolven. Oftewel: de hele dag thuis zitten.

Het maakt niet uit welk onderwerp je pakt op het gebied van kinderen: je zult altijd merken dat de adviezen nogal trendgevoelig zijn. Helaas worden ze niet steeds genuanceerder. In plaats van voortschrijdend inzicht, val je meestal van het ene dogma in het andere. Zo mag je nu een baby pertinent nooit op zijn buik leggen, 30 jaar geleden was buikslapen het advies. En was flesvoeding in jaren ‘80 beter dan borstvoeding? Nu is het precies andersom.

De huidige trend, vooral onder hoogopgeleiden, is ‘natuurlijk’. Alles wat natuurlijk is, is beter. Natuurlijk bevallen houdt anno 2017 in dat je thuis bevalt. Of in ieder geval niet in het ziekenhuis, waar jouw leven of dat van je kind gered kan worden als het mis mocht gaan. Of nog een tandje erger: natuurlijk bevallen doe je in je eentje. In de natuur. Verloskundigen doen lekker met de trend mee. De mijne beweerde dat ze – in geval van nood – mij makkelijk van 3 hoog naar beneden kon krijgen zodat ik 10 minuten later in het ziekenhuis zou zijn. Nee dank je wel.

‘Natuurlijk’ is een concept dat zeer gevoelig is voor suggestie. Er hangt een zweem omheen van wijsheden van vroeger. Sommige wijsheden hebben echter nooit bestaan en daarom is het niet verkeerd om soms wat kennis tot je te nemen. Zo is er geen volk ter wereld OOIT geweest dat een vrouw alleen de natuur in stuurde om te bevallen. Een kind baren is een risicovolle aangelegenheid waar je zo veel mogelijk ervaringsdeskundigen bij wilt hebben. En dan de borstvoeding. In vroegere tijden kwam het vaak voor dat de borstvoeding (mede) door een andere vrouw(en) in de stam werd gegeven. En later in de geschiedenis gaven vrouwen uit hogere rangen een ondergeschikte vrouw de rol van ‘min’, zodat de dames bevrijd waren van deze tijdrovende klus.

Tegenwoordig moet je het als borstvoedende vrouw alleen doen. ‘s Nachts twee keer je nest uit en dan overdag lekker doodmoe naar je werk, waar je je werkzaamheden steeds moet onderbreken om in een kolfkamer te gaan zitten. Als je pech hebt, duurt het ook nog een half uur. Bij thuiskomst zijn jij en je partner zo slaapgebrekkig dat je relatie bijna uit elkaar brokkelt. Het was voor mij al gauw duidelijk dat ik na mijn zwangerschapsverlof wilde stoppen met borstvoeden.

Soms voel ik me daar rot over. Misschien is mijn dochter wel het enige kind dat ik zal krijgen. Ik heb meer tijd beschikbaar voor mijn enige kind dan mijn moeder. Kan ik het dan niet beter goed doen? En is ‘goed’ niet borstvoeding geven, immers wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat aan dat baby’s die minimaal 6 maanden lang exclusief borstvoeding hebben gekregen, het op veel fronten beter doen. Maar ik zou ‘ik’ niet zijn als ik niet kritisch ben over zo’n onderzoek. Hebben deze kinderen niet gewoon de mazzel dat ze in een gezin opgroeien waar de tijd voor ze wordt genomen? Waar genoeg inkomen is, zodat de moeder langer thuis kan blijven? En is het niet de aandacht en de financiële voorspoed die ervoor zorgt dat deze kinderen beter terecht komen?

Laten we daar eens een ander onderzoek tegenover stellen. Zo las ik dat moeders die werken later beter presterende kinderen hebben. Dat geldt zowel voor de zonen als de dochters. Kortom: als je alles helemaal goed wilt doen, wordt er een hoop van je verwacht als moeder. En ergens bespeur ik onder vrouwen een zekere competitie. Een vrouw vertelde me dat haar beoogde en zorgvuldig geplande natuurlijke thuisbevalling toch in het ziekenhuis was geëindigd. Stiekem moest ik gniffelen. De mijne was – hoewel niet thuis – zeer snel en voorspoedig. Nadat ik vertelde dat mijn borstvoeding was gestopt, pakte ze haar telefoon om een foto van haar kind te laten zien en zei: “Kijk eens wat een lekkere borstvoedingswangetjes.”